Onze jeugd lijdt aan prestatie-angst

Eerst waren het de jeugdige hockeyers die we niet langer aan selectietrainingen willen blootstellen, omdat dit “tot te veel stress bij de sportende jeugd” leidt, zoals de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) stelde. Nu zijn het de jongvolwassenen die dreigen te bezwijken onder de prestatiedruk in onze samenleving.

Donderdag verscheen het essay ‘Over bezorgd; Maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder jongvolwassenen’ van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Daarin roept de RVS op beleidsmakers, werkgevers en onderwijsinstellingen ‘prestaties’ van jongeren minder eenzijdig te beoordelen. In het essay geeft de RVS het voorbeeld van Daan (20): “Mijn familie heeft allemaal universitaire opleidingen gedaan. Dat ik vmbo deed, vonden ze eigenlijk te laag. Ik voelde de druk van mijn omgeving op m’n schouders.”

‘Druk’, het is een oud woord. In het Middelnederlands gebruikten we ‘druc’ vooral als synoniem voor ‘angst, kwelling, droefheid.’ Hetzelfde geldt voor ‘stress’, dat van het Oudfranse ‘destresse’ komt en eveneens angst betekent.

Stress en druk – angst dus – ontstaat bij kinderen en jongvolwassenen vanwege de prestatiedruk. Als we een synoniem zoeken voor prestatiedruk komt prestatiekwelling of prestatie-angst het meest in de buurt. Dat maakt de oproep van de KNHB en de RVS al een stuk logischer: wie wil de jeugd nou kwellen met angst? Maar wat betekent dat woord ‘prestatie’ eigenlijk?

Er zijn weinig woorden die zo onveranderlijk schijnen te zijn als ‘prestatie’. Goed, ‘prestatie’ stond vroeger ook voor ‘belasting’, te voldoen in geld, in natura of door het verrichten van heerendiensten. Maar verder betekent het woord al eeuwen ‘datgene wat iemand verricht of waartoe hij in staat is.’ Niets nieuws onder de zon. Of toch wel?

Spectaculair veranderd
Bij nader inzien blijkt de functie van het woord spectaculair veranderd. Op de prachtige site Delpher.nl kun je onderzoeken hoe vaak een woord afgelopen eeuwen is gebruikt, bijvoorbeeld in kranten. Dat stijgt meestal flink, maar ‘prestatie’ presteert buitengewoon: in de 18e eeuw komen we het 29 keer in kranten tegen, in de 20ste eeuw 400838 keer. Dan blijkt het woord ook nog eens uitermate geschikt om verbindingen aan te gaan: prestatiemodel, topprestatie, wanprestatie, tegenprestatie, prestatieloon of prestatiesport – allemaal woorden die in de 18e eeuw de krant nog moesten halen. Net als ‘prestatiedruk’.

De veranderde functie van ‘prestatie’ symboliseert hoezeer wij in een prestatiemaatschappij zijn terechtgekomen. Ook dat benadrukt het essay van de RVS: “Bij een peiling onder studenten van de Hogeschool Windesheim blijkt dat 62% van de studenten prestatiedruk in het dagelijks leven ervaart (Dopmeijer 2017).” Verderop: “Volgens een peiling uit het 1V-Jongerenpanel ervaart 78% van de jongeren tot 24 jaar op hun werk of daarbuiten prestatiedruk (1V-Jongerenpanel in RIVM 2018a).”

Die selectietrainingen van onze pupillen kunnen we afschaffen, maar wat doen we met deze jongeren? Hun examens of beoordelingen afschaffen? Lastig. Want degenen die je schuldig zou kunnen noemen aan deze prestatieangst lijden er zelf ook aan. Neem schoolbestuurders en werkgevers, die worden eveneens afgerekend via harde prestatie- en verantwoordingseisen. Gaan we daar wat aan doen, of wachten we op een volgend rapport, dat gaat over dertigers die lijden aan stress en prestatiedruk? En dan vervolgens op een essay over veertigers of vijftigers? Of beseffen we dat we hier op een collectief zingevingsprobleem stuiten? Dat zingevingsprobleem heeft weinig te maken met individuele uitvallers, maar met een maatschappij die onze burgers van jong tot oud te veel onder druk zet, met angst opzadelt. Resultaat: een prestatiemaatschappij die juist op dit vlak ondermaats presteert.